Bron: Leefgeld
Nieuws

De Nederlandse overheid heeft nieuwe regels voor inkomen en werk vanaf januari 2026

Gepubliceerd op: 21-7-2026, 08:00

In 2026 heeft de overheid verschillende regels op het gebied van loon, inkomen en werk veranderd. Sommige regels veranderden op 1 januari en andere op 1 juli. Dit heeft gevolgen voor veel mensen in Nederland. In dit artikel leggen we uit wat er precies is veranderd.

Het minimumloon gaat omhoog in 2026

Het

is in 2026 2 keer omhoog gegaan. Werknemers van 21 jaar en ouder kregen vanaf 1 januari 2026 een minimumloon van € 14,71
per uur. Dat was € 14,40. Vanaf 1 juli 2026 is het minimumuurloon € 14,99 bruto per uur.

Voor werknemers van 15 tot en met 20 jaar gelden aparte

. Deze jeugdlonen zijn een vast percentage van het wettelijk minimumuurloon.

Hier kun je meer lezen over de minimumjeugduurlonen van 2026.

Uitkeringen zijn in 2026 hoger geworden

Op 1 januari en op 1 juli 2026 zijn verschillende uitkeringen omhooggegaan. Dit betekent dat mensen met sommige uitkeringen elke maand iets meer geld krijgen. De verhoging geldt voor

die gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon. Bijvoorbeeld de
, de
, de
en de
.

Hieronder zie je voorbeelden van de bedragen voor de bijstand vanaf 1 juli 2026. De bedragen zijn inclusief

:

• Getrouwd of samenwonend, van 21 jaar tot de

: de uitkering stijgt van € 2.002,13 naar € 2.027,79 per maand.

• Alleenstaand, van 21 jaar tot de AOW-leeftijd: de uitkering stijgt van € 1.401,50 naar € 1.419,46 per maand.

• Getrouwd of samenwonend, vanaf de AOW-leeftijd: de uitkering stijgt van € 2.144,16 naar € 2.176,10 per maand.

• Alleenstaand, vanaf de AOW-leeftijd: de uitkering stijgt van € 1.564,69 naar € 1.587,34 per maand.

Wil je meer lezen over een bijstandsuitkering aanvragen in Nederland? Lees dan verder op RefugeeHelp.

Kinderbijslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget in 2026

In 2026 zijn de bedragen voor de

, de
en het
veranderd.

De kinderbijslag is vanaf 1 juli 2026 omhooggegaan. De nieuwe bedragen gelden voor juli, augustus en september 2026. De SVB betaalt deze kinderbijslag op 1 oktober 2026.

Voor deze 3 maanden is het bedrag per kind:

  • Voor een kind van 0 tot en met 5 jaar: € 298,40.

  • Voor een kind van 6 tot en met 11 jaar: € 362,35.

  • Voor een kind van 12 tot en met 17 jaar: € 426,29.

Het kabinet investeert in 2026 € 199 miljoen in een hogere kinderopvangtoeslag voor werkende ouders. Werkende ouders met een gezamenlijk inkomen tot en met € 56.412 krijgen 96 procent van de kinderopvangkosten vergoed, tot de maximale uurprijs.

Ouders met een hoger gezamenlijk inkomen krijgen minder dan 96 procent vergoed. Het precieze percentage hangt af van hun gezamenlijke inkomen en van de vraag of het om het eerste of een volgend kind gaat. Voor het eerste kind ligt het percentage tussen 36,5 en 95,5 procent. Voor een volgend kind ligt het percentage tussen 68,2 en 95,6 procent.

Op de website van de Rijksoverheid kun je zien welk percentage bij jouw inkomen hoort.

De maximale uurprijzen voor kinderopvang zijn in 2026:

  • Dagopvang: € 11,23 per uur.

  • Buitenschoolse opvang: € 9,98 per uur.

  • Gastouderopvang: € 8,49 per uur.

Dit zijn de hoogste bedragen per uur waarover de overheid kinderopvangtoeslag berekent. Is het uurtarief van de kinderopvang hoger? Dan betalen ouders het bedrag boven de maximale uurprijs zelf.

Ook het kindgebonden budget is in 2026 veranderd:

  • Alleenstaande ouders met een inkomen tot € 29.736 krijgen iets meer kindgebonden budget dan in 2025.

  • Ouders met een toeslagpartner en een gezamenlijk inkomen tot € 39.141 krijgen ook iets meer.

  • Is het inkomen hoger dan deze bedragen? Dan krijgen ouders in 2026 iets minder kindgebonden budget dan in 2025.

Wil je meer lezen over kinderbijslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget? Lees dan verder op RefugeeHelp.

De Participatiewet wordt aangepast in 2026

Vanaf 1 januari 2026 gelden nieuwe regels uit de ‘Participatiewet in balans

’. Het doel is om de regels makkelijker en menselijker te maken.

Er gelden duidelijke regels voor

. Mensen met een bijstandsuitkering mogen tot € 1.200 per jaar aan giften ontvangen, zonder dat dit direct invloed heeft op hun uitkering. Zij moeten zelf bijhouden hoeveel zij aan giften krijgen. Krijgen zij meer dan € 1.200 per jaar? Dan moeten zij dit doorgeven aan de gemeente. De gemeente bepaalt wat dit betekent voor de bijstandsuitkering.

Daarnaast kunnen gemeenten met terugwerkende kracht bijstand geven. Dat betekent dat een besluit ook geldt voor een periode vóór de datum waarop het besluit is genomen. De gemeente kan bijvoorbeeld bijstand betalen over een eerdere periode. Dat kan voor maximaal 3 maanden. De gemeente kijkt daarbij naar de persoonlijke situatie van de aanvrager. Zo wil de overheid voorkomen dat mensen geldproblemen of schulden krijgen.

De overheid heeft deze veranderingen ingevoerd omdat de oude regels van de Participatiewet vaak te streng en te ingewikkeld waren. Er was te weinig ruimte om te kijken naar de persoonlijke situatie van mensen. De nadruk lag te veel op controle en te weinig op hulp.

Met de ‘Participatiewet in balans’ wil de overheid meer werken vanuit vertrouwen en menselijkheid. Gemeenten krijgen meer vrijheid om mensen te helpen, vooral bij het vinden van passend werk en het opbouwen van een stabiel inkomen.

Wil je meer lezen over de gevolgen van de Participatiewet die gedurende het jaar 2026 ingaan? Lees dan meer op deze website.

De vrijstelling van de RVU-heffing is hoger in 2026

Sommige werknemers met zwaar werk kunnen via de Regeling voor

, maximaal 3 jaar vóór hun AOW-leeftijd stoppen met werken. Zij krijgen in die periode een uitkering van hun werkgever tot zij de AOW-leeftijd bereiken.

Werkgevers hoeven over een RVU-uitkering tot een bepaald bedrag geen extra belasting te betalen. Sinds 1 januari 2026 is dit bedrag maximaal € 2.357 bruto per maand.

Om de regeling ook mogelijk te maken voor mensen met een laag inkomen of weinig

mag de werkgever extra geld geven. Dit is maximaal € 300 bruto per maand boven op de basis-RVU-uitkering. Over dit extra bedrag hoeft de werkgever ook geen extra belasting te betalen.

Werkgevers en

kunnen hierover afspraken maken in de
. Een werkgever en werknemer kunnen hierover ook samen een individuele afspraak maken.

De regels voor het loonkostenvoordeel zijn veranderd in 2026

Werkgevers kunnen een

) krijgen als zij een werknemer uit een bepaalde doelgroep in dienst nemen. Bijvoorbeeld een werknemer met een
. Sinds 1 januari 2026 zijn de regels voor het loonkostenvoordeel veranderd.

Het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers van 56 jaar en ouder is vanaf 1 januari 2026 afgeschaft. Voor werknemers die op of na 1 januari 2024 in dienst zijn gekomen, krijgt de werkgever in 2026 geen loonkostenvoordeel meer.

Heeft een werkgever een oudere werknemer vóór 1 januari 2024 in dienst genomen? Dan kan de werkgever het loonkostenvoordeel volgens de oude regels maximaal 3 jaar blijven ontvangen.

Ook de regels voor werknemers uit de doelgroep banenafspraak zijn veranderd. Dit is een groep mensen met een arbeidsbeperking voor wie werkgevers en de overheid extra banen proberen te maken. Is een werknemer uit deze doelgroep op of na 1 januari 2026 in dienst gekomen? Dan kan de werkgever het loonkostenvoordeel krijgen zolang de werknemer in dienst het loonkostenvoordeel krijgen zolang blijft. Dit geldt tot de werknemer de AOW-leeftijd bereikt.

Is een werknemer uit de doelgroep banenafspraak vóór 1 januari 2026 in dienst gekomen? Dan geldt de oude maximale periode van 3 jaar.

Voor het loonkostenvoordeel voor de doelgroep banenafspraak is vanaf 1 januari 2026 geen aparte doelgroepverklaring van het UWV

meer nodig. Dit is een verklaring waarin staat dat een werknemer onder een bepaalde doelgroep voor het loonkostenvoordeel valt. De werknemer moet wel in het
van het UWV staan.

Steun van school naar werk is beter sinds 2026

Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen sinds 1 januari 2026 betere begeleiding bij de overgang van school naar werk.

Gemeenten, scholen en

moeten beter samenwerken. Het doel is om te voorkomen dat jongeren uitvallen. Scholen bieden daarom extra
, ook nadat jongeren van school zijn gegaan.

Gemeenten geven snellere en passende hulp aan jongeren. Deze hulp is gericht op teruggaan naar school, het vinden van werk of een combinatie van werken en leren.

De begeleiding is bedoeld voor jongeren tot 27 jaar die:

• een mbo-opleiding volgen op niveau 1 of 2;

• op het

of
zitten of hebben gezeten;

• zonder startkwalificatie zijn gestopt met school.

Wil je meer lezen over studeren aan het mbo in Nederland? Lees dan verder op RefugeeHelp.

De maximale transitievergoeding is hoger in 2026

De maximale

bij ontslag is vanaf 1 januari 2026 omhooggegaan. Dit is het geld dat een werknemer meestal kan krijgen als de werkgever de werknemer ontslaat of een tijdelijk arbeidscontract niet verlengt.

De maximale transitievergoeding is € 102.000 bruto.

Is het

hoger dan € 102.000? Dan is de maximale transitievergoeding gelijk aan 1 bruto jaarsalaris.

Hier kan je meer lezen over transitievergoeding.


Heeft deze informatie je geholpen?


De informatie die je op dit platform vindt, is afkomstig van de mensenrechtenorganisatie VluchtelingenWerk Nederland, in samenwerking met haar partners.
In samenwerking met Contentful