
Openbaar en bijzonder onderwijs
Deel op sociale media:
Artikel 23 van de Grondwet regelt de vrijheid van onderwijs in Nederland. Mensen mogen zelf scholen oprichten, maar scholen moeten zich wel houden aan de regels van de overheid. Daardoor zijn er openbare scholen, die neutraal zijn, en bijzondere scholen, die gebaseerd zijn op een geloof of levensovertuiging.
Geschiedenis van het Nederlandse onderwijs
In de 19e eeuw wilden veel gelovige mensen hun eigen scholen oprichten. Eerst moesten zij deze scholen zelf betalen. Dat leidde tot veel discussie. Vooral liberalen waren tegen geld van de overheid voor bijzondere scholen, zoals katholieke en protestants-christelijke scholen.
In 1917 kwam er na jaren van discussie een
Sinds de jaren 60 speelt het geloof in de Nederlandse samenleving een minder grote rol, maar de verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs bestaat nog steeds.
Wat staat er in artikel 23 van de Grondwet?
In Nederland mag iedereen een school oprichten (lesgeven mag alleen als je daarvoor een diploma hebt). Als genoeg ouders een bijzondere school willen, moet de overheid deze school bekostigen als aan de voorwaarden uit de wet wordt voldaan. Daardoor zijn er in Nederland veel verschillende soorten bijzondere scholen ontstaan. Dit heet ‘vrijheid van onderwijs ‘.
De overheid controleert wel of scholen goed onderwijs geven. Ook bepaalt de wet aan welke regels scholen zich moeten houden.
Twee soorten onderwijs in Nederland: openbaar en bijzonder
Nederland kent twee soorten onderwijs:
Openbaar onderwijs is voor iedereen, ongeacht geloof of overtuiging. De overheid zorgt voor deze scholen.
Bijzonder onderwijs is gebaseerd op een geloof of levensovertuiging: katholiek, protestants, reformatorisch, islamitisch of hindoeïstisch onderwijs. Of scholen met een eigen
, zoals Montessori, Dalton en Vrijeschool. Deze scholen vallen onder het algemeen bijzonder onderwijs.onderwijsvisie
Ongeveer 30% van de basisscholen is openbaar. Ongeveer 60% is religieus bijzonder onderwijs. De overige 10% bestaat uit scholen voor algemeen bijzonder onderwijs.
Alle scholen worden bekostigd door de overheid. Alle scholen moeten aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen.
Openbaar onderwijs: onderwijs voor iedereen
De overheid moet zorgen dat er genoeg openbaar onderwijs is. In iedere gemeente moeten kinderen naar een openbare basisschool kunnen gaan.
Als dat niet mogelijk is, moet de overheid een andere oplossing regelen. Bijvoorbeeld vervoer naar een openbare school in een andere plaats aanbieden. Of openbaar onderwijs regelen binnen een bijzondere school.
Eisen aan bijzondere scholen
Bijzondere scholen mogen lesgeven vanuit hun eigen geloof of visie. Zij mogen bijvoorbeeld zelf kiezen welke boeken zij gebruiken en welke leerkrachten zij aannemen. Wel moeten bijzondere scholen voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen als openbare scholen. De overheid bepaalt deze eisen in de wet. Een school mag bijvoorbeeld niet discrimineren of uitsluiten (Artikel 1 van de grondwet).
Voortgezet en vervolgonderwijs
De verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs bestaat ook in het
Nederland heeft ook bijzondere universiteiten, zoals de katholieke Radboud Universiteit (Nijmegen) en de protestantse Vrije Universiteit (Amsterdam).
Financiering van het onderwijs
Uniek aan Nederland is dat de overheid zowel het openbaar als het bijzonder onderwijs betaalt. In veel andere landen betaalt de overheid alleen openbaar onderwijs.
Openbare en bijzondere scholen krijgen in Nederland evenveel geld van de overheid. Ouders moeten zelf betalen voor extra kosten die horen bij identiteit van de school, zoals feesten, speciaal lesmateriaal of aangepaste inrichting. Dit gebeurt vaak via een vrijwillige ouderbijdrage.
Inspectie van het Onderwijs
De overheid controleert of scholen goed onderwijs geven. Dat doet de . De inspectie kijkt of scholen voldoen aan de kwaliteitseisen uit de wet. Dit geldt voor zowel openbare als bijzondere scholen.
De inspectie mag zich niet bemoeien met geloof of levensovertuiging. Een bijzondere school mag bijvoorbeeld lesgeven vanuit haar eigen religieuze visie.
Elk jaar stuurt de regering een verslag naar de Eerste en Tweede Kamer over de kwaliteit van het onderwijs in Nederland.
Welke school kies jij voor je kind?
Je kiest voor openbaar of bijzonder onderwijs op basis van wat jij belangrijk vindt voor je kind.
Kies je voor openbaar onderwijs, dan kies je voor een
Kies je voor bijzonder onderwijs, dan kies je voor een school die werkt vanuit een geloof, levensovertuiging of een speciale onderwijsvisie, zoals Montessori of Dalton. Je kiest hier vaak voor als je wilt dat de school aansluit bij jouw normen, waarden of geloof.
Bijzonder onderwijs is in principe toegankelijk voor iedereen. Toch mogen sommige bijzondere scholen eisen stellen die passen bij hun identiteit. Zo kan een school ouders vragen de religieuze of levensbeschouwelijke visie van de school te respecteren. Maar een school mag niet discrimineren op grond van gender, sexualiteit of geloof.
Scholen mogen leerlingen niet zomaar weigeren vanwege hun geloof, maar in sommige situaties kan de identiteit van de school wel een rol spelen bij de toelating.
Hoe vind je een geschikte school in jouw buurt?
Wil je een goede school in de buurt vinden? . Daar vergelijk je scholen in jouw omgeving op bijvoorbeeld kwaliteit, resultaten en sfeer. Wil je officiële informatie over een school bekijken? Daar lees je hoe de Inspectie van het Onderwijs een school beoordeelt.
Bezoek ook open dagen en vraag de schoolgids op. Zo krijg je een beter beeld van de school en ontdek je of de school bij jou en je kind past.